Uitgangspunten & techniek
Hoe de tekst wordt herzien, gecontroleerd en gepubliceerd.
Werkwijze
1. Principe vastleggen
Een terugkerende modernisering krijgt een genummerd principe met oude vorm, nieuwe vorm en toelichting in data/wijzigingsprincipes.json.
2. Corpusbreed toepassen
Scripts zoeken mogelijke vindplaatsen. Contextgevoelige gevallen worden afzonderlijk beoordeeld; een patroon is geen bewijs dat iedere vervanging klopt.
3. Vers voor vers controleren
Alleen hoofdstukken die vers voor vers menselijke controle hebben gehad, gelden als nagekeken. Die status staat centraal in data/verified-chapters.json.
4. Opnieuw opbouwen en testen
Na tekstwijzigingen worden afgeleide gegevens opnieuw gebouwd en geautomatiseerd gecontroleerd, waaronder verschillen, statistieken, zoekgegevens en downloads.
Vertaalkeuzes
- De Statenvertaling 1888 is de directe Nederlandse basistekst; voor aanvullende boeken wordt de beschikbare Statenvertalingstraditie gebruikt.
- Verouderde naamvallen, werkwoordsvormen en woorden worden gemoderniseerd zonder de tekst onnodig vrij te parafraseren.
- De aanspreekvorm is u/uw. Schrift-eigen begrippen blijven staan wanneer modernisering betekenis zou verliezen.
- De standaardweergave gebruikt JAHWEH voor de Godsnaam in het Oude Testament, Heere als aanspreektitel in het Nieuwe Testament en dodenrijk voor Sheol. Andere weergaven zijn leesopties; zij wijzigen de opgeslagen vertaaltekst niet.
De volledige, doorzoekbare lijst met regels en aantoonbare toepassingen staat bij de wijzigingsprincipes.
Tekst, opmaak en leesopties
De verstekst, kanttekeningen, directe rede, grondtekstwoorden en wijzigingsgegevens zijn afzonderlijke velden. Daardoor kan dezelfde tekst consequent worden weergegeven in de hoofdlezer, citaties en wiki-pagina’s. Globale leesopties — zoals Godsnaam, citaatopmaak, maten, tijdsaanduidingen en namen — worden bij het renderen toegepast.
Directe rede is als gestructureerde opmaak opgeslagen. Woorden van God en menselijke sprekers kunnen daardoor visueel worden onderscheiden zonder de tekst zelf te herschrijven. Strong- en woordnummers koppelen beschikbare Hebreeuwse, Griekse, Latijnse en Ge’ez-grondtekst aan woordenboekinformatie.
Datamodel en herleidbaarheid
De actuele leesdata staat per hoofdstuk in data/<boek>/<hoofdstuk>.json. Een vers bevat onder meer de historische tekst, de Open Vertaling, HTML-opmaak, kanttekeningen en waar beschikbaar grondtekstgegevens. Het veld phraseDiff legt wijzigingen ten opzichte van SV1888 vast en koppelt een wijziging waar mogelijk aan een principe.
De principespagina leest de definities uit data/wijzigingsprincipes.json. Een bouwscript verzamelt de aantallen en voorbeeldverzen uit alle hoofdstukbestanden in data/principes-data.json. De openbare statistieken worden eveneens uit de tekstdata en de centrale reviewstatus opgebouwd.
Bronnen en grenzen
Grondteksten en woordenboeken ondersteunen vergelijking en woordstudie, maar automatische koppelingen en zoekresultaten blijven hulpmiddelen. Bij twijfel is controle van de context en de oorspronkelijke bron nodig. De gebruikte edities, woordenboeken en licenties staan op de pagina Bronnen & licenties.